Hoofdstuk 1 - algemene bepalingen

Artikel 1

De ouders ondertekenen het schoolreglement met inbegrip van de afsprakennota én het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.
Het schoolreglement, met inbegrip van de afsprakennota, worden door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager (schoolwebsite, e-mail, …) aan de ouders ter beschikking gesteld. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. Ouders die erom vragen, kunnen steeds een papieren versie van het schoolreglement krijgen.

Artikel 2

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

Artikel 3

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:
1° Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.
2° Afsprakennota: het geheel van concrete afspraken die de werking van de school regelen.
3° Directeur: de directeur van de school of zijn afgevaardigde.
4° Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.
5° Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.
6° Leefeenheid: leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder(dus broers, zussen, halfbroers en halfzussen - zelfs als ze niet op hetzelfde adres wonen) of leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats (kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouders hebben).
7° Leerlingen: de personen die regelmatig zijn ingeschreven in de onderwijsinstelling.
8° Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.
9° LOP: het lokaal overlegplatform.
10° Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
11° Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.
12° School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.
13° Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente (...) nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.
14° Beroepscommissie :
effectieve leden: de schepen van onderwijs, de gemeentesecretaris en de directeur van de school waar de  leerling gaat
plaatsvervangende leden: de burgemeester, diensthoofd onderwijs, een directeur van een gemeentelijke Basisschool in Beveren

Hoofdstuk 2 - procedure van inschrijving - schoolverandering

Artikel 4

Voor inschrijvingen van leerlingen die nog tijdens het schooljaar 2016-2017 naar school (kunnen) komen.
§1 Nieuwe leerlingen
Behoudens andere richtlijnen bepaalt de directeur de periode waarin nieuwe inschrijvingen kunnen plaatsvinden.
§2 Leerlingen die tot dezelfde leefeenheid (broers en zussen, …) behoren als een reeds ingeschreven leerling
Het schoolbestuur bepaalt het tijdstip waarop of de periode waarin inschrijvingen van deze voorrangsgerechtigde leerlingen kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld tijdens de maand voorafgaand aan de inschrijvingsperiode voor nieuwe leerlingen.
§3 Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs
Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slecht toegelaten worden op één van de volgende instapdata:

  • de eerste schooldag na de zomervakantie
  • de eerste schooldag na de herfstvakantie
  • de eerste schooldag na de kerstvakantie
  • de eerste schooldag van februari
  • de eerste schooldag na de krokusvakantie
  • de eerste schooldag na de paasvakantie
  • de eerste schooldag na Hemelvaart

§4 Toelatingsvoorwaarden voor lager onderwijs
1. Principe
Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
  • het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest,
  • voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;
  • beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft gevolgd in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie.

Afwijkingen op het principe:
1. een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 185 halve dagen aanwezig zijn geweest.
2. Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.
De gewijzigde bepalingen van artikel 4 § 4 gelden voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2010-2011 of later.

2.Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing.
Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.
Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing.
In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.
Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist.
Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en een ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar.

§5 Schoolverandering 
Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen onwettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.

Artikel 5 Vastleggen van verschillende criteria

§1
- de maximumnormen inzake veiligheid, overschrijding van de capaciteit;
- de relatieve aanwezigheid in de school op basis van de indicatoren;
- de criteria inzake draagkracht van de school
§2 De relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied wordt bepaald door het bevoegde LOP.
§3 De hierboven vermelde zaken worden, voor zover deze voorhanden zijn, bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

Artikel 6: Voorrangsgerechtigde leerlingen

§1 Elke leerling die tot dezelfde leefeenheid behoort als een reeds ingeschreven leerling heeft, bij voorrang op alle andere nieuwe leerlingen, een recht op inschrijving in de school.
§2 Aan de hand van officiële documenten wordt het bewijs geleverd van de hoofdverblijfplaats. 

Artikel 7: Verloop van de procedure

§1 Geen inschrijving:
De leerling kan niet worden ingeschreven zolang de ouders het schoolreglement, met inbegrip van het pedagogisch project en de afsprakennota niet voor akkoord hebben ondertekend.
§2 Inschrijving onder ontbindende voorwaarde:
De leerling met attest buitengewoon onderwijs, uitgezonderd het attest type 8, kan ingeschreven worden onder de ontbindende voorwaarde van onvoldoende draagkracht binnen het schoolteam. In voorkomend geval zal het schoolteam de onvoldoende draagkracht aantonen na horen van ouders en CLB. Het schoolteam motiveert de beslissing binnen de vier werkdagen na het beëindigen van de periode nodig voor overleg. De leerling heeft tot de dag van de beslissing het statuut van ingeschreven leerling. 
§3 Definitieve inschrijving:
Na ondertekening door de ouders van het schoolreglement, met inbegrip van het pedagogisch project en de afsprakennota, wordt de leerling definitief ingeschreven, voor zover de vastgelegde maximumnorm inzake capaciteit niet wordt overschreden.De ouders ondertekenen hiervoor het inschrijvingsregister en ontvangen hiervan een schriftelijke bevestiging van de directeur.
§4 Weigering:
Leerlingen die niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden dienen geweigerd te worden. Zie hiervoor art. 4 §3 en § 4, art. 5 en art. 24 § 6.
De ouders ondertekenen hiervoor het aanmeldingsregister en ontvangen hiervan een schriftelijke bevestiging van de directeur.
De gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt binnen de vier kalenderdagen meegedeeld aan de ouders door middel van een aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs.
De ouders kunnen een mondelinge toelichting van de beslissing vragen aan de directeur.
Elke belanghebbende kan, binnen de 30 kalenderdagen na de vastgestelde feiten, een schriftelijke klacht bij de Commissie inzake Leerlingenrechten indienen tegen de weigeringsbeslissing. Deze Commissie doet uitspraak binnen de vijf kalenderdagen. 

Vanaf schooljaar 2013-2014

Artikel 4: Capaciteit

Het schoolbestuur heeft het maximum aantal leerlingen dat kan opgevangen worden, als volgt bepaald:

    De capaciteit van de school : 
  • Lindenlaanschool 520 (208 kleuters + 312 lager)
  • Vrasene : 260 (104 kleuters + 156 lager)
  • Kallo : 400 (150 kleuters + 250 lager)
  • Centrumschool : 500 (200 kleuters + 300 lager)
  • Melsele : 600 (200 kleuters + 400 lager)
  • Haasdonk : 400 (150 kleuters + 250 lager)
  • Kieldrecht : 400 (150 kleuters + 250 lager)

De capaciteit voor het niveau geboortejaar kleuters: Lindenlaanschool : 52 en Vrasene : 26
De capaciteit voor het niveau geboortejaar lager onderwijs: Lindenlaanschool : 52 en Vrasene : 26

Artikel 5: Toelatingsvoorwaarden

§1. Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.
Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata:
de eerste schooldag na de zomervakantie;
de eerste schooldag na de herfstvakantie;
de eerste schooldag na de kerstvakantie;
de eerste schooldag van februari;
de eerste schooldag na de krokusvakantie;
de eerste schooldag na de paasvakantie;
de eerste schooldag na Hemelvaart.

§2.Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

1. Principe
Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
a) het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest;
b) voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft , zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;
c) beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft gevolgd in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie.

2. Afwijkingen op het principe
a) een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 185 halve dagen aanwezig zijn geweest;
b) voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

3. Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs:
a) In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing;
b) Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist;
c) Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing;
d) In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.
Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist;
e) Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en een  ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar
 

Artikel 6:   Inschrijven

§1. Voorrang
1. Voorrangsgroepen enkel voor de Lindenlaanschool en Vrasene omdat daar een capaciteit per leerjaar/geboortejaar is  vastgelegd.
1°Zussen en broers (zelfde leefeenheid ) van een reeds  ingeschreven leerling.
2° Elke leerling wiens ouder(s)op het moment van inschrijving  personeelslid  is op school

2. Voorrangsperiodes
De voorrangsperiode voor de voorrangsgroep van kinderen behorende tot dezelfde leefeenheid bedraagt  6 weken. De voorrangsperiode voor de voorrangsgroep van kinderen van personeel  bedraagt 6 weken.

3. Vrije inschrijvingsperiode
In de Lindenlaanschool en in Vrasene start de vrije inschrijvingsperiode vanaf vrijdag 14 maart 2014. Tijdens deze periode schrijven leerlingen zich in chronologische volgorde in.
Voor de overige basisscholen start de vrije inschrijvingsperiode vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.  

§2. Documenten die nodig  zijn bij de inschrijving

De inschrijving gebeurt aan de hand van de SIS-kaart
Als het kind geen SIS-kaart heeft, volstaat ook één van volgende documenten:

  • uittreksel uit de geboorteakte
  • het trouwboekje van de ouders
  • de identiteitskaart van het kind
  • het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister
  • de reispas voor vreemdelingen.

Artikel  7:   Weigering

§1. Het schoolbestuur weigert de inschrijving in volgende gevallen:

  • als de leerling niet voldoet / zal voldoen aan de toelatingsvoorwaarden (zie artikel 5) op de dag dat hij op school instapt
  • als de ouders van de leerlingen niet instemmen met het schoolreglement en/of pedagogisch project van de school
  • als een inschrijving tot doel heeft dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan
  • wanneer de capaciteit overschreden wordt (zie artikel 4)

§2. Het schoolbestuur kan de inschrijving van een leerling weigeren.
Als een leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar omwille van een tuchtprocedure definitief werd uitgesloten, kan het schoolbestuur de inschrijving van een leerling weigeren.
§3. Inschrijving onder ontbindende voorwaarde
Een leerling met een attest buitengewoon onderwijs , uitgezonderd het attest type 8, kan ingeschreven worden onder de ontbindende voorwaarde van onvoldoende draagkracht binnen het schoolteam. In voorkomend geval zal het schoolteam de onvoldoende draagkracht aantonen na horen van de ouders en CLB. Het schoolteam motiveert de beslissing binnen de vier werkdagen na het beëindigen van de periode nodig voor overleg. De leerling heeft tot de dag van de beslissing het statuut van ingeschreven leerling.
§4. Procedure bij weigeren
Bij een geweigerde inschrijving worden ouders schriftelijk op de hoogte gebracht door de directeur. Deze brief wordt binnen de vier kalenderdagen aangetekend aan de ouders bezorgd en deelt mee dat:
1. De ouders aan de directeur uitleg kunnen vragen over de aangetekende brief.
2. De ouders binnen de 30 kalenderdagen, een schriftelijke klacht bij de ‘Commissie  Leerlingenrechten (H. Consciencegebouw 4M04, Koning Albert II-laan, 1000 Brussel’ kunnen indienen.
Deze Commissie doet uitspraak binnen de vijf kalenderdagen.
3.    Daarnaast kunnen ouders  ook  informatie of bemiddeling vragen van de provinciale bemiddelingscel. De provinciale bemiddelingscel voor gemeenten gelegen buiten het werkingsgebied van het LOP worden toegevoegd na goedkeuring van het ontwerp van besluit door de Vlaamse regering.

Artikel 8 Schoolverandering

De verantwoordelijkheid voor het veranderen van school in de loop van een schooljaar ligt bij de ouders. Minstens één ouder en de directeur van de nieuwe school ondertekenen het document schoolverandering. De nieuwe inschrijving is rechtsgeldig de eerste schooldag na deze mededeling.
Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.
Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs kan onmiddellijk zodra de ouders over een inschrijvingsverslag beschikken.

Hoofdstuk 3 - richtlijnen i.v.m. afwezigheden en te laat komen

Artikel 9: Afwezigheden

 Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid essentieel voor een succesvolle schoolcarrière.

§1 Kleuteronderwijs
Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet worden gewettigd door medische attesten. Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan de directeur. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.
§2 Lager onderwijs
1° Afwezigheid wegens ziekte:
Bij een afwezigheid wegens ziekte van maximaal drie opeenvolgende kalenderdagen bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum. Indien tijdens het schooljaar reeds vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt, is een medisch attest vereist.
Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen is steeds een medisch attest verplicht.
Afwezigheid van rechtswege:
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:

  • het bijwonen van een familieraad;
  • het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
  • de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
  • het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.

Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
  • het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad (het betreft hier niet de dag van de begrafenis)
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties. Deze afwezigheid kan maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen
  • in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen voor maximaal vier al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

5° Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:
Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:
  • een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
  • een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
  • een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
  • een akkoord van de directie.

6° Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden is mogelijk in volgende situaties:
1. de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval,en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:
  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
  • een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders.
  • een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeldt in het medisch attest, niet kan overschrijden;
Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.
2. de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:
  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders;
  • een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker. De  revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag;
  • een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag;
  • in uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.

  • Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

    §3 De ouders melden de vermelde afwezigheden indien mogelijk ook telefonisch aan de directeur.
    §4 Problematische afwezigheden
    Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder §2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.
    In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan tien halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB, dat kan voorzien in begeleiding voor de betrokken leerling in samenwerking met de school.

    Artikel 10: Te laat komen

    §1 Leerlingen moeten tijdig aanwezig zijn.
    Een leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep.  De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/leerkracht.  Ze maken hierover afspraken.
    §2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor de einduren verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.

     

Hoofdstuk 4 - schorsingen van de lessen wegens bepaalde omstandigheden

Artikel 11: Overmacht

§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens overmacht. Hieronder verstaat men een onvoorziene niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan.
§2 De directeur brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, schriftelijk op de hoogte.

Artikel 12 : Pedagogische studiedagen

§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep maximum anderhalve dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van pedagogische studiedagen voor de leraars.
§2 Deze studiedagen worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

Artikel 13: Staking

§1 In geval van staking zal het schoolbestuur zorgen voor het nodige toezicht op de leerlingen. Enkel indien het niet mogelijk is om in voldoende toezicht te voorzien, zullen de lessen worden geschorst.
§2 De directeur brengt de ouders schriftelijk op de hoogte van de maatregelen die zullen worden genomen.

Artikel 14: Verkiezingen

§1 De lessen kunnen maximum één dag per schooljaar worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van de verkiezingen zijn gebruikt voor het inrichten van stemopnemingsbureaus.
§2 De directeur brengt de ouders hiervan schriftelijk op de hoogte.

Hoofdstuk 5 - bepalingen i.v.m. onderwijs aan huis

Artikel 15

§1 Het onderwijs aan huis is kosteloos.
§2 Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

  • de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig.
  • de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld met een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.
  • de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometers

§3 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis gebeurt door de ouders, bij brief of op het daartoe voorziene aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop vermeld:
  • dat het kind langer dan enentwintig kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;
  • de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
  • dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.
  • Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van de geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens zes maanden zal duren.

§4 Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur can de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken.Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis voor vier lestijden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.
§5 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur. Bij chronische zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.
§6 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van drie maand opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op pnderwijs aan huis. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de procedure beschreven in §3, 2° en 3° punt.
§7 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

Hoofdstuk 6 - afspraken i.v.m. huiswerk, agenda's, rapporten en zittenblijven

Artikel 16:

Heen-en-weerschrift
In de kleutergroepen hebben de leerlingen een heen-en-weersschrift!
Schoolagenda
In de jongste leerlingengroep van een lager onderwijs hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift of schoolagenda. Vanaf de tweede leerlingengroep van het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd. De ouders en groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen-en-weerschrift.

Artikel 17: Huiswerk

De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.

Artikel 18: Rapport

Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, in de loop van het schooljaar, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.

Artikel 19 : Zittenblijven

§1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:>

  • de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van een toelichting bij het advies van de klassenraad en het CLB;
  • het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, mits gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB.
§2 In alle gevallen neemt de school de eindbeslissing inzage het al dan niet zittenblijven van de leerling, op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad.

Hoofdstuk 7 - procedures getuigschriften basisonderwijs

Artikel 20

Het schoolbestuur kan een getuigenschrift basisonderwijs, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, uitreiken.
Het getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter en ten minste de helft van de leden van de klassenraad, de voorzitter van het schoolbestuur en de hou(st)er.
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, tenzij na een beroepsprocedure.

Artikel 21

Een getuigschrift wordt toegekend als de klassenraad van oordeel is dat een leerling in voldoende mate de eindtermen met betrekking tot de leergebieden en leergebiedoverschrijdende ODET bereikt heeft en dat de ontwikkelingsdoelen in voldoende mate nagestreefd zijn.
De klassenraad kent een getuigschrift toe op basis van:

- Per leergebied tellen de toetsen van het 5de en 6de leerjaar mee voor de helft, de resultaten voor OVSG tellen mee voor de andere helft.
- Voor Nederlandse taal, wiskunde, wereldoriëntatie, Frans afzonderlijk moet telkens 50 % behaald worden.  Wanneer één van deze leergebieden onder dit minimum zit, volgt een mogelijkheid tot deliberatie.
Bij de deliberatie wordt rekening gehouden met:
- Evaluatie van muzische vorming en lichamelijke opvoeding
- Gegevens over het sociaal-emotioneel functioneren
- De studiehouding en inzet van de leerling.
Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert het zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.

Artikel 22: Beroepsprocedure

§1 Indien aan de leerling het getuigschrift basisonderwijs niet wordt toegekend, kunnen de ouders uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, hun bezwaren kenbaar maken tijdens een persoonlijk onderhoud met de directeur. 
Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat de betrokkenen tekenen voor kennisneming.
Indien de ouders ofwel schriftelijk aan het einde van het onderhoud, ofwel aangetekend uiterlijk binnen de twee werkdagen na het onderhoud, aan de directeur meedelen dat zij hun bezwaren handhaven, kan de directeur de klassenraad onmiddellijk opnieuw samenroepen en wordt de betwiste beslissing opnieuw overwogen.
Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.
Indien de directeur de klassenraad niet bijeenroept op grond van de aangebrachte bezwaren, motiveert hij zijn beslissing en deelt het schoolbestuur deze onmiddellijk aangetekend mee aan de ouders.

§2 Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de directeur of van de nieuwe beslissing van de klassenraad, kunnen de ouders aangetekend een beroep instellen bij de daartoe ingerichte beroepscommissie.
Deze beroepscommissie wordt aangesteld door het schoolbestuur.
De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.
De beroepscommissie onderzoekt de klacht op grond van de gevolgde procedure en de ingebrachte motieven en bezwaren. Hiertoe leggen het schoolbestuur en de ouders onverwijld elk stuk voor dat zij opvraagt.
Na beraadslaging geeft de beroepscommissie een gemotiveerd advies dat onmiddellijk aangetekend wordt verstuurd naar het schoolbestuur en de ouders.

§3 Binnen de vijf werkdagen na kennisname van het advies roept het schoolbestuur de klassenraad samen.
Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.
Dit schrijven vermeldt dat deze beslissing van de klassenraad voor de Raad van State kan worden aangevochten.

§4 Indien de klassenraad gedurende de beroepsprocedure haar oorspronkelijke beslissing herziet om het getuigschrift basisonderwijs alsnog toe te kennen, motiveert hij zijn nieuwe beslissing.

§5 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

§6 De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.

Artikel 23

Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen van de directeur een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs.

Hoofdstuk 8 - orde- en tuchtreglement

Artikel 24 : Ordemaatregelen

§1 Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.
§2 Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn:

  • een mondelinge opmerking;
  • een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
  • een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.
Deze opsomming sluit niet uit dat een meer aan het specifiek laakbaar gedrag van de leerling aangepaste maatregel wordt opgenomen. Deze ordemaatregelen kunnen worden opgenomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.
§3 Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn:
  • een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;
  • de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname;
  • een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of het heen-en-weerschrift meegedeeld aan de ouders.
§4 Indien vermelde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregelsworden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord. Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.
§5 De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum vijf opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel.
De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen zijn omkleed. Ten laatste de werkdag volgende op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld. Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling verwijderd uit de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.
§6 Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.

Artikel 25: Tuchtmaatregelen 

Voor leerlingen van het lager onderwijs
§1 Het laakbaar gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
§2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien het gedrag van de leerling:

  • het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
  • de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
  • ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;
  • niet overeenstemt met het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
  • de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast;
  • de instelling materiële schade toebrengt.
§3 Tuchtmaatregelen zijn:
  • de schorsing. Een schorsing betekent dat de leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school aanwezig zijn onder toezicht.
  • de uitsluiting. Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd. De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperiode niet inbegrepen)na schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.
§4 Zowel schorsing als uitsluiting kunnen slechts nadat de tuchtprocedure werd gevolg.
§5 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting : elke leerling moet afzondelijk worden behandeld.
§6 Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

Artikel 26: Tuchtprocedure

§1 Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur.
§2 Hij volgt daarbij volgende procedur:

  • Hij vraagt advies aan de klassenraad die het tuchtdossier beoordeelt.
    De klassenraad stelt een gemotiveerd advies op.
    Indien de klassenraad adviseert om de leerling te schorsen of uit te sluiten, deelt de directeur aan de ouders mee dat een tuchtprocedure wordt ingezet.
    Deze beslissing en het gemotiveerd advies worden binnen de drie werkdagen na de bijeenkomst van de klassenraad aangetekend verstuurd aan de ouders.
    In dit schrijven worden zij opgeroepen tot een onderhoud met de directeur over de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel.
  • De ouders en de leerling kunnen voor het onderhoud kennis nemen van het tuchtdossier in het bureau van de directeur na afspraak.
    Het onderhoud moet uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.
    Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat wordt ondertekend voor kennisneming.
  • Het onderhoud tussen directeur, de ouders en de leerling gebeurt enkel op basisi van elementen uit het tuchtdossier. Bij de uiteindelijke beslissing kan geen rekening worden gehouden met gegevens die niet vooraf bekendgemaakt en/of geen deel uitmaken van het tuchtdossier.
  • Na dit onderhoud neemt de directeur een gemotoiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die aangetekend, binnen de drie werkdagen na het onderhoud meegedeeld wordt aan de ouders.
  • Tegen deze beslissing kan aangetekend beroep worden ingesteld bij het college van burgemeester en schepenen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling. Binnen de tien werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangetekend aan de ouders meegedeeld. Dit schrijven vermeldt dat de beslissing voor de Raad van State kan worden aangevochten.
§3 De tuchtmaatregel gaat in daags nadat de termijn om beroep aan te tekenen is verstreken of daags na de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen.
§4 Bij een definitieve uitsluiting kunnen de ouders, bij het zoeken naar een andere school, worden bijgestaan door de directeur of door het CNB. Het tuchtdossier kanniet worden overgedragen aan een andere school.
§5 Tijdens de procedure kunnen de ouders zich laten bijstaan door een raadsman. Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 27 :Tuchtdossier 

§1 Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.
§2 Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

  • de gedragingen zoals omschreven in artikel 24,§2;
  • de reeds genomen ordemaatregelen;
  • de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
  • de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
  • het gemotiveerd advies van de klassenraad;
  • het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

Hoofdstuk 9 - geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning

Artikel 28

§1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
§2 Om de bijdragen van de ouders inzake niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
§3 Dergelijke ondeersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg met de schoolraad.
§4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:

  • Deze mededelingen kennelijk verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school.
  • Deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
§6 In geval van vragen en problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.

Hoofdstuk 10 - bijdrageregeling

Artikel 28

§1 Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt evenmin een bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven. De school volgt de lijst van het ministerie van onderwijs.
Lijst met materialen:

  • Bewegingsmateriaal: bijv. ballen, touwen,(klim)toestellen, driewielers, …
  • Constructiemateriaal: bijv. karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen, …
  • Handboeken, schriften, werkboeken en –blaadjes, fotokopieën, software
  • ICT-materiaal: bijv. computers inclusief internet, TV, radio, telefoon,…
  • Informatiebronnen: bijv.(verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal,
  • Kinderliteratuur: bijv. prentenboeken, (voor)leesboeken,  kinderromans, poëzie, strips,…
  • Knutselmateriaal: bijv. lijm, schaar, grondstoffen, textiel,…
  • Leer- en ontwikkelingsmateriaal:bijv. spelmateriaal,  lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio-emotionele ontwikkeling, … 
  • Meetmateriaal: bijv. lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal,…
  • Multimediamateriaal: bijv. audiovisuele toestellen, fototoestel, casetterecorder, DVD-speler,…
  • Muziekinstrumenten: bijv. trommels, fluiten, …
  • Planningsmateriaal: bijv. schoolagenda, kalender, dagindeling, …
  • Schrijfgerief: bijv. potlood, pen, …
  • Tekengerief: bijv. stiften, kleurpotloden, verf, penselen, …
  • Atlas (ET WO 6.11)
  • Globe (ET WO 6.2)
  • Kaarten (ET WO 6.1 bis, 6.2, 6.4, 6.7, & 6.8)
  • Kompas (ET WO 6.3)
  • Passer (ET WIS 3.5)
  • Tweetalige alfabetische woordenlijst (ET FR 2.3)
  • Zakrekenmachine (ET WIS 1.26 & 1.27)

§2 Het schoolbestuur kan een bijdrage vragen voor onderwijsgebonden kosten, gemaakt tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen, wanneer deze niet noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven, maar tot doel hebben deze te verlevendigen.
Volgende bijdragen kunnen van de leerlingen worden gevraagd:

  • de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;
  • de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
  • de deelnamekosten bij eendaagse extra-muroactiviteiten;
  • de kosten bij projecten;
  • de kosten van gemeenschappelijk vervoer bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-muroactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
  • de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
  • de kosten bij feestactiviteiten;
  • occasionele activiteiten
Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad, de bedragen van de scherpe maximumfactuur.
Het totaal van de bijdragen kan per schooljaar per kleuter maximaal 25 euro voor 2/3-jarigen, 35 euro voor 4-jarigen, 40 euro voor 5-jarigen en leerplichtige kleutersen voor elke leerling lager onderwijs maximaal 70 euro per leerjaar bedragen. De bedragen zijn onderworpen aan een indexregeling vanaf schooljaar 2011-2012.

§3 Minder scherpe maximumfactuur - Meerdaagse extra murosactiviteiten.
Zowel het principe van het inrichten van meerdaagse extra murosactiviteiten als de bijdrage van de ouders hiervoor is voorwerp van onderhandeling in de schoolraad.
Dergelijke activiteiten zijn niet toegestaan in de kleuteronderwijs.
In het lager onderwijs mag de totale kostprijs over de ganse duur van het lager niet meer dan 400 euro bedragen.
Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad, de bedragen van de minder scherpe maximumfactuur.
De ingevulde tabel vindt u in de afsprakennota van elke school.

§4 Bijdrageregeling
Persoonlijke uitgaven zijn facultatief en vallen ter laste van de gebruiker.Het kan gaan om uitgaven voor:

  • leerlingen vervoer;
  • vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);
  • voor- en naschoolse opvang;
  • middagtoezicht;
  • maaltijden en dranken;
  • abonnementen voor tijdschriften;
  • nieuwjaarsbrieven;
  • klasfoto's;
Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad, de bedragen van de facultatieve uitgaven.
Het aanbod dat niet verplicht is, wordt bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.De school gebruikt deze materialen niet in haar activiteiten en lessen. De ingevulde tabel vindt u in de afsprakennota van elke school.

§5 Basisuitrusting
De basisuitrusting valt ten laste van de ouders.
De school verwacht dat de leerlingen over de zaken beschikken die in de afsprakennota bij de start van het schooljaar worden meegedeeld.

§6 Betalingen
Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:
- spreiding van betaling;
- uitstel van betaling;

§7 In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrage richt men zich tot de directeur.

Hoofdstuk 11 - leerlingenraad

Artikel 30

De leerlingenraad wordt via verkiezingen samengesteld.

Hoofdstuk 12 - algemeen rookverbod

Artikel 31

Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van de gebouwen als de speelplaats, sportterreinen en andere open ruimten.
Bij overtreding van deze bepaling:

  • zal de leerling gesanctioneerd worden volgens de orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
  • zullen de ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.

Hoofdstuk 13 - privacy

Artikel 32 : Algemeen

Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.

Artikel 33 : Gebruik van verborgen camera's

De school gebruikt geen verborgen camera's, tenzij met het oog op het vastleggen van feiten of handelingen die schade toebrengen aan personen of zaken binnen de instelling.
Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en handelingen. Het moet gaan om feiten en handelingen die niet op een andere wijze kunnen worden vastgelegd.

Artikel 34  : Meedelen van leerlingengegevens aan derden.

De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Artikel 35 : Afbeeldingen van personen

Afbeeldingen van leerlingen kunnen worden gepubliceerd, tenzij de betrokken ouders schriftelijk hun toestemming weigeren.

Hoofdstuk 14 - grensoverschrijdend gedrag

Artikel 36

§1 Het schoolbestuur heeft zowel een preventieadviseur psycho-sociale belasting als een vertrouwenspersoon aangesteld die bevoegd zijn voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag binnen de school.
§2 Hun namen en functies worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

Hoofdstuk 15 - overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier

Artikel 37

§1 Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens m.b.t. de leerling.
§2 Het CLB is verplicht leerlingen en ouders te informeren over de eventuele overdracht van het multidisciplair CLB-dossier in geval van schoolverandering.
§3 In geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf de inschrijving in de nieuwe school.
§4 In het geval van inschrijving bij de start van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf 1 september van het nieuwe schooljaar.
§5 De betrokken ouders of de leerling ouder dan 12 jaar of ouder waarvan vermoed wordt dat hij in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, kunnen door middel van een aangetekend schrijven bij de directeur van het CLB ofwel afzien van de wachttijd om de overdracht te bespoedigen, ofwel binnen de 10 dagen na inschrijving in de nieuwe school verzet aantekenen tegen deze overdracht.
§6 In geval van verzet zal het CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens verzenden naar het nieuwe CLB, met name de medische gegevens en de gegevens m.b.t. de leerplichtcontrole, samen met een kopie van het verzet. Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.

Hoofdstuk 16 - deelname extramurosactiviteiten

Artikel 38

Aangezien het de bedoeling is om zoveel mogelijk leerlingen te laten deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, nemen zij in principe deel aan alle voor hen bestemde extra-murosactiviteiten, tenzij de ouders voorafgaand en schriftelijk weigeren.
In geval van niet-deelname moet de betrokken leerling niettemin op school aanwezig zijn, waar in aangepaste opvang zal worden voorzien.
Activiteiten die volledig buiten de schooluren vallen, vallen hier niet onder, bijvoorbeeld een sportactiviteit op woensdagnamiddag of tijdens vakanties.

Hoofdstuk 17 - keuze van de levensbeschouwlijke vakken

Artikel 39

§1 Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs bepalen de ouders, bij ondertekende verklaring

  • dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;
  • dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.
Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.
De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de directeur.
De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen.
§2 In de kleuterschool wordt geen godsdienst-zedenleer keuze gemaakt tenzij voor de kleuters die verplicht één jaar langer in het kleuteronderwijs verblijven omdat ze niet aan alle toelatingsvoorwaarden lager onderwijs voldoen. De ouders kunnen in dit geval een keuze godsdienst of zedenleer maken. Ze kunnen hun kleuter deze lessen laten bijwonen in het eerste leerjaar van de lagere afdeling van de school.

Hoofdstuk 18 - vrijstelling wegens een bepaalde handicap

Artikel 40

Leerlingen met een handicap die gewoon lager onderwijs volgen, maar omwille van hun handicap bepaalde leergebieden of onderdelen ervan niet kunnen volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen indien zij vervangende activiteiten volgen.
De klassenraad beslist, in overleg, met het integratieteam, autonoom over de vervangende lessen en activiteiten.

Hoofdstuk 19 - Klachtenprocedure

Artikel 41

§1 Elke ouder kan naar aanleiding van schoolgerelateerde beslissingen of feiten een klacht indienen bij de directeur, op voorwaarde dat er geen specifieke klachtenprocedur is voorzien.
Deze klacht wordt schriftelijk en op gemotiveerde wijze ingediende uiterlijk binnen de zeven kalenderdagen na kennismaking van de beslissing of feiten.
De directeur doet een schriftelijke ontvangstmelding van de klacht binnen de tien kalenderdagen na ontvangst.
§2 Vooraleer verder te gaan met de procedure onderneemt de directeur een bemiddelingspoging met alle betrokkenen. Deze bemiddeling kan bestaan uit een overleg tussen de betrokken ouder(s) en de bevoegde perso(o)n(en), al dan niet in aanwezigheid van de directeur.
Als dit overleg niets oplevert, stuurt de directeur de klacht door naar het schoolbestuur. Hij doet dit binnen de tien kalenderdagen na de ontvangst van de klacht.
§3 Het schoolbestuur kan het dossier opvragen en/of inlichtingen inwinnen (indien niet in eigen bezit) bij de betrokken school binnen de tien dagen na ontvangst van de klacht. Het schoolbestuur maakt hiervan in voorkomend geval melding aan de betrokken ouder(s).
§4 Het schoolbestuur behandelt de klacht niet indien de klacht kennelijk ongegrond is of de ouder geen belang heeft. Als de klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt de ouder daaravn onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. De weigering om een klacht te bahandelen, wordt gemotiveerd.
§5 Het schoolbestuur neemt na onderzoek een gemotiveerde beslissing. Deze beslissing wordt binnen de tien kalenderdagen schriftelijk meegedeeld aan de betrokkenen. Desgevallend doet het schoolbestuur betekening van het besluit waarbij de oorspronkelijke beslissing wordt ingetrokken of hervormd. Deze betekening gebeurt binnen de tien dagen na het nemen ervan.
§6 Indien de behandeling van de klacht meerdere weken of maanden in beslag neemt, informeert de directeur regelmatig de betrokken ouder(s) over de stand van het dossier, en dit minstens om de drie maanden.
§7 De klachtenprocedure schorst de beslissing waartegen klacht wordt ingediend niet op.

Hoofdstuk 20 - engagementsverklaring

Artikel 42

§1  Oudercontacten
De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.
De school organiseert daartoe op geregelde tijdstippen oudercontacten. De oudrs en de school zelf kunnen oop eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.
Via de afsprakennota (infobrochure) vernemen de ouders hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat.
§2  Voldoende aanwezigheid
De ouders sturen hun kind elke schooldag op tijd naar school, dit verhoogt de kansen op schoolse successen. Zij respecteren de afspraken zoals die opgenomen zijn in dit artikel en de artikelen acht en negen hierboven.
De voldoende aanwezigheden speelt een rol in het toekennen van de schooltoelage.
In het geval een kind problematisch (onwettigd) afwezig is, zal de school contact opnemen met de ouders.
Indien het kind tien of meer halve dagen ongewettigd afwezig is, moet de school het CLB inschakelen.
§3   Deelnemen aan individuele begeleiding
Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben werkt de school vormen van individuele begeleiding uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorgbeleid.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelingen die in samenspraak genomen zijn.
§4 Nederlands is de onderwijstaal van de school.
Ouders moedigen hun kinderen aan om Nederlands te leren.

Hoofdstuk 21 - medicatie

Artikel 43

§1  De school dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.
§2  De ouders kunnen de school verzoeken om medicatie toe te dienen.
De school kan weigeren om medicatie toe te dienen, tenzij:

  1. die is voorgeschreven door een arts én
  2. die omwille van medische redenen tijdens de schooluren dient te worden toegediend.
Zij doen dit schriftelijk met vermelding van:
  • de naam van het kind
  • de datum
  • de naam van de medicatie
  • de dosering
  • de wijze van bewaring
  • de wijze van toediening
  • de frequentie
  • de duur van de behandeling
§3. In overleg met de CLB arts kan het personeelslid van de school alsnog weigeren medicatie toe te dienen. In onderling overleg tussen de school, het CLB en de ouders wordt naar een passende oplossing gezocht.

Hoofdstuk 22 - slotbepaling

Artikel 44

Meer specifieke regels en afspraken worden na overleg in de schoolraad opgenomen in de afsprakennota van de school.
Deze regels en afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement.