Afspraken lager

Beleefdheid

  1. Ik gedraag mij rustig en beleefd.
  2. Ik spreek mijn medeleerlingen aan met hun voornaam en gebruik geen bijnamen.
  3. Volwassenen spreek ik aan met Meneer of Mevrouw. De leerkrachten noem ik 'Meester' of 'Juffrouw' en de directeur spreek ik aan met 'Directeur'.
  4. Goedemorgen Mijnheer, ja Mevrouw, dankjewel Meester; alsjeblieft Juffrouw, is toch zo vlug gezegd!
  5. Houd ik de duer voor anderen open?